Montessorischool anno 2024

Op de Clipper geven we Montessori-onderwijs waarbij we uitgaan van het beginsel ‘Help mij het zelf te doen’. Ons onderwijs is beschreven in het onderwijsplan met kwaliteitskaarten. Het volledige onderwijsplan ontvangt u bij de rondleiding. De eerste hoofdstukken staan op de website.

HOOFDSTUK 1

1.1 Maria Montessori visie

Wij zijn een openbare Montessorischool en de zone van de naaste ontwikkeling van het kind is ons uitgangspunt. Wij geloven dat elk kind optimaal ontwikkelt in een eigen tempo naar een eigen persoonlijkheid. Wij geven onderwijs en begeleiding vanuit de kernwaarden van respect, discipline en verantwoordelijkheid in een veilige schoolomgeving en hebben hoge verwachtingen van het kind.

1.2 Ambitie: passende uitstroomprofielen

Op een Montessorischool leert een kind zoveel mogelijk in een eigen leertempo en op een manier die passend is. We weten dat elk kind nieuwsgierig is en dat we met een stimulerende omgeving een kind prikkelen om te leren. De kinderen zitten doelbewust in een groep met verschillende leeftijden bij elkaar; verspreid over 3 leerjaren. Dit geeft kinderen de kans om van elkaar te leren en elkaar te helpen. We hebben de ambitie dat elk kind op onze school zelfstandig leert, vrijheid krijgt in structuur van de school en dat we alert zijn op de gevoelige periode in de ontwikkeling van het kind. Wij stemmen af en bieden de juiste instructies en verwerking aan. We organiseren een betekenisvolle en leerrijke omgeving voor in de klas en op het leerplein en in andere lokalen voor theater, beeldende vorming en bewegingsonderwijs.  De wijze van onderwijs is ontwikkeld door Maria Montessori. Zij was een Italiaanse arts en hoogleraar die zich heeft ingezet voor wat ze de rechten van het kind’ noemde. Ze streeft vanaf omstreeks 1900 naar een vorm van onderwijs en opvoeding waarbij het doel is om vaardigheden te leren om tot volledige ontwikkeling tot een zelfstandig, onafhankelijk en vrij mens te kunnen komen.  

1.3 Doelen voor het onderwijsteam

Zelfstandigheid in afstemming met ouder en kind
Het doel is om in nauwe samenwerking met ouders de kinderen te laten ontwikkelen tot een zelfstandig en onafhankelijk individu. Het kind krijgt de vrijheid om te ontdekken wat het zelf kan en wil doen. Wij streven er naar dat dit voor alle kinderen lukt.

Vrijheid
Ons doel is om een evenwichtige balans tussen zelf ontdekken, zelf controleren en begeleiding te bereiken. Wij hebben een onderwijsteam dat gezamenlijk de kinderen helpt om goede keuzes te maken. Kinderen krijgen vrijheid op maat om binnen gestelde kaders instructie en verwerking te kiezen en te bepalen hoe ze de taak gaan uitvoeren. Ons doel is dat dit voor alle kinderen gerealiseerd wordt.

Gevoelige periodes
Vanuit onderwijsbehoeften vertalen we zelfstandigheid en vrijheid in een didactisch ontwerp waarbij we recht doen aan de gevoelige periode van een kind in ontwikkeling. Wij weten vanuit de ontwikkelingspsychologie dat ontwikkelen in golven gaat. Kinderen tussen de 3 en 6 jaar zijn het meest gevoelig voor het leren van taal. Tussen 6 en 10 jaar zijn we alert op kinderen uitdagen en aansluiten tijdens gevoelige periodes, zodat ze de ruimte krijgen om te ontdekken en een ontwikkelingsvoorsprong kunnen bereiken. Vanaf 10 jaar zijn kinderen meer bezig met de kosmische wereld en sluiten we daar op aan in de gevoelige periode. Daarom zitten de leerjaren bewust bij elkaar, zodat ze niet gebonden zijn aan het curriculum van het leerjaar waar ze qua leeftijd in zitten.

Betekenisvolle en leerrijke omgeving
Dagelijks hebben wij als doel dat er een betekenisvolle en leerrijke omgeving is dat zorgt dat het kind zich vrij voelt. Wij gebruiken in alle groepen en tijdens de vaklessen Theater, Gym en Beeldende vorming visuele materialen voor de kinderen om te prikkelen tot leren en interesse te wekken voor de basisvakken en de kosmische wereld. We hebben als doel gesteld dat de kosmische thema’s op thema-tafels liggen en dat kinderen in de mediatheek en in het wereldlokaal ontdekkend kunnen leren. Vanuit de wetenschap van 21th century skills gebruiken we verwerkingsvormen die te valideren zijn en terug te vinden zijn in het talentenportfolio. Onze doelstelling is dat elk kind – alleen of in groepjes of in de hele bouwgroep – kan leren en initiatief kan nemen.

Het onderwijsteam heeft als doelstelling dat alle beschikbare materialen adequaat worden gebruikt en men kennis heeft van de werkwijze van de materialen. Het is cruciaal dat het kind zelf merkt als iets nog niet goed gaat en het zelf kan verbeteren (controle van de fout).

1.4 Succescriteria schooldoelen
Naar aanleiding van de kwaliteitsonderzoeken van stichting BOOR en van de onderwijsinspectie heeft het onderwijsteam succescriteria geformuleerd die behaald moeten kunnen worden als de omstandigheden gelijk blijven of verbeterd zijn. Kwaliteit is niets meer dan beloven wat je hebt gezegd tegen kinderen en ouders. Een hoge kwaliteit heeft een school als ze de doelen behaalt voor de kinderen.

SuccescriteriumProcesSucces behaaldIndicator
Gezamenlijk gedragen visie, ambitie (missie) en doelenjuni
2024
24 juni studidag slotbijeenkomst na diverse teamsessiesSKA 1
Visie, ambitie en doelen
Kleuteronderwijs vanuit de basisontwikkeling met leerrijke thema’s uit de Kleuteruniversiteitvanaf juni
2024
december 2024
welke doelen zijn met welke thema’s behaald?
SKA 1
Visie, ambitie en doelen
OPo
Basisvaardigheden
OP3
Pedagogisch-didactisch handelen
Kwaliteitskaart thuiswerk om leertijd te verlengen en resultaten te vergroten18 juni  2024oktober 2025 na 0-meting IEPSKA 3
Verantwoording en dialoog
Didactisch ontwerp van donderdag tot woensdag maken met het hele team (voorloper High Performance School)vanaf juli
2024
september 2024
Het cyclisch werken in een doorgaande lijn van groep 1 t/m 8 met evaluaties op de woensdag is dekkend ingevuld.
OP 2
Zicht op ontwikkeling
Visuele leerlijnen en inzichtelijk voor kind en oudervanaf 26 augustus 2024november 2024OP 2
Zicht op ontwikkeling
Talentenportfolio IEP ‘Hoofd, hart en handen’vanaf 8 juli
2024
januari 2025OP 2 en SKA 3
Zicht op ontwikkeling en Verantwoording/dialoog
Rekenen Getal en Ruimte junior in doorgaande lijn groep 1 t/m 8vanaf 26 augustus
2024
januari 2025 evaluatie 1 juni 2025 evaluatie 2OP 3 Didactisch handelen OPo
Basisvaardigheden
Burgerschaps-vorming De Clipper met  kijkmiddagen en projectwekenjuli 2024 tot februari 2025mei 2025
kerndoeldekkend curriculum en gemeten met vragenlijsten
OP0
Basisvaardigheden
VS1
Veiligheid (en schoolklimaat)

Hoofdstuk 2                 Instructies, verwerking en testen

2.1 Vrijheid in gebondenheid

In alle groepen heeft het kind vrijheid om te leren. De gebondenheid is de tijd en plaats wanneer en waar iets gedaan kan worden en hoe het kind het zou kunnen uitvoeren.

Groep 1-2 (onderbouw)
Speelwerktijd in groep 1-2 is een paar keer per schooldag. De kinderen kunnen leren in de hoeken, met spellen uit de kasten en door creatieve verwerkingsvormen. Dit is niet onbeperkt, omdat de kinderen via het digikeuzebord moeten aanklikken wat ze gaan doen. Verder zijn er tenminste een aantal verplichte creatieve opdrachten die ze per week moeten doen. In de grote kring zijn er lessen woordenschat, en in de kleine kring zijn er instructies per ontwikkelingsniveau voor taal en rekenen.

Groep 3-4-5 (middenbouw)

Vanaf groep 3 gaan de kinderen na het voorbereidende leesproces in groep 1-2 concreet starten met leren lezen, spellen en rekenen. De hoeken zijn met name op de leerpleinen;  in de lokalen staan de materialen waar kinderen kunnen trainen voor hun leerdoelen. De registratie vindt plaats door aftekenen van de items in de leerlijnen voor de basisvakken. Alle kinderen zitten op een gemiddelde leerlijn in de middenbouw. Eind groep 5 stellen we vast welke kinderen op een eigen leerlijn komen en het F-niveau wellicht niet zullen halen.

Groep 6-7-8 (bovenbouw)
In de bovenbouw krijgen de kinderen de voorbereidende vakken voor het voortgezet onderwijs er bij. Wereldoriëntatie (kosmisch), studievaardigheden en (t)huiswerk worden doelgericht toegevoegd. Alle kinderen halen de doelen van de leerlijn (F-niveau). Sommige kinderen hebben een ander uitstroomprofiel in verband met IQ.  Zij hebben een OPP met een eigen leerlijn vanaf groep 6 of 7.

Nog niet beheerst               Beheerst, maar ik moet blijven oefenen       Beheerst, dit kan ik

In de midden- bovenbouw leren we de kinderen zelf bij te houden wat ze beheersen. Dit houden ze in samenspraak met de leerkracht bij in hun leerlijnenboekje als onderdeel van hun talentenportfolio.

2.2 Klusklas en plusklas vanuit talentontwikkeling

De vakgebieden bewegingsonderwijs, beeldende vorming en theater worden wisselend per groep en bouw gegeven. De kinderen kunnen laten weten of ze behoefte hebben aan (meer) beeldende vorming en theater. Zij kunnen inschrijven voor deze extra lessen.  Bewegingsonderwijs hoeft ook niet altijd klassikaal te worden gegeven. Naast de vaste lessen is bewegend leren uitermate geschikt voor de vakleerkracht gym om kinderen op een andere wijze spelling en rekenen eigen te laten maken.  Techniek wordt ook gedifferentieerd en dus niet voor alle kinderen aangeboden. Er wordt gekeken wat het uitstroomprofiel is vanaf groep 6 voor het aanbod techniek en beeldende vorming. Naast de vaste lessen beeldende vorming differentiëren we bewust. Landelijk zijn ongeveer 2% van de kinderen hoogbegaafd. Op de Clipper kunnen kinderen sneller de basisschool doorlopen. Tevens komt er een speciale plusklas voor 6-7-8 kinderen die kunnen praten over hoogbegaafdheid, filosoferen, een andere taal kunnen leren en vooral leren hoe ze moeten leren. We noemen de plusklas Junior Einsteins Club en komen elke week bij elkaar in het wereldlokaal onder leiding van een specialist hoogbegaafdheid.Hoe binnenklasdifferentiatie
positief kan uitpakken Een indeling in niveaugroepen, zoals de Klusklas, kan wel degelijk oor de laagst presterende leerlingen gunstig zijn. Dan moet de school in de eerste plaats leerlingen selecteren op basis van prestaties. Cruciaal is daarbij dat de indeling een tijdelijk karakter heeft. Leerlingen die in de loop van een jaar de gewenste resultaten behalen, verlaten de Klusklas.  Daarnaast moeten ervaren leerkrachten betrokken zijn bij een Klusklas. Leerkrachten die ook hoge verwachtingen hebben van de Klusklasleerlingen, duidelijke doelen stellen en een uitgebreid en uitdagend curriculum bieden. Bron: José Mulder, Kennisrotonde  

2.3 Leer mij het zelf te doen (met methodiek en methode)

De kinderen krijgen instructies vanuit de methodieken die op de Clipper gebruikt worden. Voor Technisch lezen is dat Actief leren lezen. Voor Spelling is dat STAAL en voor Rekenen/Wiskunde is dat Getal en Ruimte Junior en Montessori Wiskunde; aangevuld met Gynzy en Junior Einstein. Voor begrijpend lezen is dat Nieuwsbegrip GOUD. Voor Taal wordt gebruik gemaakt van Montessorimaterialen en instructies uit diverse bronnen uit de TaalDoen!-kast, LOGO3000 (woordenschat) tot en met groep 5. Het vraagt van de leerkracht optimaal klassenmanagement met duidelijke regels en routines waar elk kind zich aan moet (leren) houden. De juiste attitude van het kind ontwikkelen vraagt van het hele onderwijsteam discipline en eenduidige taal voor alle kinderen. Zowel op didactisch als pedagogisch gebied krijgt het onderwijsteam scholing en vervolgens coaching-on-the-job aan de hand van persoonlijke ontwikkelvragen. Elke medewerker krijgt de ruimte voor deskundigheidsbevordering en wordt gezamenlijk beoordeeld op ontwikkeling en groei in de gesprekkencyclus en met vooraf bekende kijkwijzers voor diverse instructiemodellen en klassenmanagement. Wij kunnen de kinderen leren het zelf te doen als we de organisatie op orde hebben. De leerlijnen en de methode-onafhankelijke toetsen van IEP meet voor ons of de kinderen voldoende ontwikkelen richting een passend uitstroomprofiel voortgezet onderwijs. Voor een school als de Clipper met een weging van 32,55 is een passende uitstroom 90% 1F en 50%. De signaleringswaarde is 85% voor 1F en voor 1S/2F is het 43,5%. Onze ambitie is dus om daar volgend schooljaar ver boven te komen. In het inspectierapport van 16 mei 2024 behaalde De Clipper nog slechts 82,35% voor 1F en 26,96% voor 1S/2F. Dat is veel te laag voor een school met onze weging.

2.4 Samenwerking en onderzoeken (21th century skills)

Maria Montessori was er van overtuigd dat samen werken, onderzoeken en stimuleren van alle zintuigen met materialen, beeldende en muzische vorming effectief is voor de ontwikkeling van kinderen. Veel basisscholen hebben dit principe over genomen in hun curriculum. De Clipper heeft rijke faciliteiten in het Theaterlokaal, Wereldlokaal, Mediatheek en Beeldende vorminglokaal. De buitenruimte voor kleuters wordt in schooljaar 2024-2025 omgevormd tot een natuurlijk schoolplein. In de lokalen en op de leerpleinen moeten kinderen samen kunnen leren en uitgedaagd worden tot leren en ontwikkelen. De thematafels op basis van kosmisch leren (wereldoriëntatie) moeten stimuleren en inspireren en worden met kinderen en ouders ingericht. Vanuit de 21th century skills is het belangrijk dat kinderen steeds vaker gaan presenteren. De leerkrachten vanaf groep 6 zullen de succescriteria formuleren om het doelgericht te laten presenteren; door het kind of door groepjes kinderen. De validatie is belangrijk aan de voorkant en komt terug in het talentenportfolio ‘HOOFD, HART en HANDEN’. Zo ontstaat er een cyclus waarbij je als kind vanuit voldoende basisvaardigheden voor taal en rekenen kunt gaan verwerken en presenteren.

2.5 Effectiviteit en doelmatigheid (continurooster)

Cruciaal is dat de onderwijstijd voor kinderen effectief en ruim aanwezig is. De school kiest voor een continurooster van 4 dagen van 08.30 tot 15.00 uur en 1 dag van 08.30 tot 12.00 uur. De lunchpauze en buiten spelen/leren wordt door het onderwijsteam verzorgd, zodat onderwijs niet aan het einde van de ochtend stopt. De leerkracht of ondersteuner zorgt dat alle kinderen effectief en efficiënt bezig kunnen zijn met leren. Dit kan alleen als zij zelf goed weten welke doelen ze van de leerlijn moeten leren beheersen. Wij moeten hoge verwachtingen van het kind hebben en de ruimte geven binnen heldere kaders. Een school als de Clipper moet boven de 90% 1F-niveau kunnen behalen en boven de 50% 1S/2F-niveau. Dit betekent dat we de lat hoog leggen en dat we nastreven dat de kansengelijkheid door goed onderwijs maximaal is. Cruciaal is dat het hele team consequent is in wat wel of niet is toegestaan in de school en wat goed onderwijs is en beschreven is in de kwaliteitskaarten in hoofdstuk 4. Na de schooldag is er in periodes een naschools aanbod, zodat kinderen de gelegenheid hebben om hun talenten nog meer na schooltijd te ontwikkelen.

2.6 Reflectie onderwijsteam

Elke woensdagmiddag komt het onderwijsteam samen om met elkaar het didactisch ontwerp vanaf donderdag tot de volgende woensdag te maken. De intern begeleider en de directeur is aanwezig tijdens deze bijeenkomsten van 12.15 tot 13.30 uur. Gezamenlijk komt het onderwijsteam dan op een hoger kennis- en handelingsniveau. De taal- en rekencoördinator vervult een coördinerende rol en is beschikbaar voor het maken van aanvullende materialen of suggesties om digitaal te kunnen verwerken met Gynzy en Junior Einstein of het aanleren van het laten werken met materialen van Montessori. In het schooljaar 2024-2025 gaan we op weg naar High Performance School.

2.7 Inzicht in de individuele leerlijn basisvakken

Het schema van SLO geeft in één oogopslag weer hoe er gewerkt wordt voor de basisvakken. Passend op een Montessorischool en beschreven in de kwaliteitskaarten. Voor de diverse leerlijnen zijn er instructies en activiteiten per basisvakgebied dat op de volgende pagina’s per basisvak wordt beschreven.

Technisch lezen Leerlijn loopt tot einde groep 6, omdat dan het technisch leesproces afgerond zou moeten zijn voor alle kinderen. Vanaf groep 3 toetsen we de kinderen met DMT (woordjes snel lezen) en AVI (foutloos en snel een tekst lezen). In groep 7 en 8 blijven we stil en hardop lezen en toetsen we het leestempo en leesbegrip. Op de Clipper lezen we elke dag van 08.30 tot 09.00 uur in alle groepen. In groep 1-2 zijn dit voorbereidende leesactiviteiten.

Spelling Wij volgen de landelijke leerlijn en deze is uitgewerkt in het aanleren van de spellingregels met de theorie van José Schraven. Zij heeft dit geïntegreerd in de methode STAAL van groep 4 t/m 8.  De doelen staan op het bord in het lokaal en de kinderen zijn zich bewust dat elke categorie verwoord kan worden in een categorieregel. Naast de regels zijn er diverse spellingcategorieën die geautomatiseerd moeten worden door veel te trainen en te oefenen. Het dagelijkse dictee is cruciaal. Dit dictee wordt dagelijks nabesproken, zodat de kinderen leren van de fout.

Begrijpend lezen

Voor begrijpend lezen gebruiken we de methodiek en (rijke) teksten van Nieuwsbegrip GOUD. De content voor woordenschat en schrijven en ook het hogere niveau (V.O.) is beschikbaar voor onze kinderen en voor het onderwijsteam. Belangrijk is dat de kinderen de strategieën onder de knie krijgen en kunnen toepassen en verwoorden. Tevens is het cruciaal dat kinderen weten hoe ze onbekende woorden kunnen ‘ontcijferen’ waardoor ze de context van de tekst en de vragen over teksten kunnen blijven volgen. In de mediatheek en in het wereldlokaal staan alle boeken; daarnaast krijgt de school regelmatig nieuw aanbod van de bibliotheek.      Rijke teksten zijn authentieke teksten over levensechte, herkenbare thema’s. Ze hebben een duidelijke structuur, origineel taalgebruik en een gevarieerde woordenschat: in de tekst komen zowel frequent als minder frequent gebruikte woorden voor. Er staan signaal- en verbindingswoorden tussen de zinnen, en de verschillende alinea’s en hoofdstukken van de tekst vormen inhoudelijk een geheel. De inhoud van een rijke tekst is gelaagd en handelt over een breed, universeel thema (liefde, vriendschap, vrede, oorlog, vluchten, water) dat idealiter aansluit bij de belevingswereld van leerlingen én bij wat relevant is voor jouw lessen. In een rijke tekst wekt de auteur de interesse van de lezer door vragen op te wekken, uitdagingen te creëren en (mogelijke) oplossingen te tonen. De illustraties bij de tekst helpen om de tekst te begrijpen. Een rijke tekst maakt de lezer nieuwsgierig om de inhoud te gaan ontdekken: de auteur besmet de lezer als het ware met het ‘willenwetenvirus’. Ook kunnen rijke teksten de lezer aanzetten om iets te doen, om actie te ondernemen. Ze hebben een inhoud die je op verschillende manieren kan interpreteren en vragen van de lezer een inspanning om door te dringen tot de kern van de tekst. Kortom, ze zetten aan tot diep lezen. Bron: Taalunie  

Rekenen/wiskunde

De school gebruikt – evenals andere Montessorischolen – de methodiek van Getal en Ruimte junior om de beheersing van de doelen van de rekenleerlijn te bereiken. Rekenen is een talig vakgebied waarbij redeneren cruciaal is. Daar heb je als kind taal voor nodig. Daarnaast is automatiseren belangrijk om dat met de Montessori-materialen veelvuldig te kunnen doen. Van concreet naar abstract en blijven herhalen. De methodiek Wiskunde Montessori Basisonderwijs met de vele strategiekaarten en het Montessori-materiaal staan op school en op de leerpleinen. De verwerkingsboekjes uit Rekenkracht zijn aanvullend; evenals digitale content met Gynzy en Junior Einstein dat ook thuis gebruikt mag worden.

2.8 Talentenportfolio met IEP

Bij een Montessorischool hoort een ontwikkelinstrument. Naast het ouderportaal van Parnassys met inzage in gesprekken en toetsuitslagen hebben we voor elk kind een talentenportfolio van IEP. Achter de talentenkaart van het kind worden er bewijsstukken verzameld door het kind zoals gebruikelijk op een Montessorischool. Opbrengst voor de kinderen is dat het zelfvertrouwen wordt vergroot, kinderen inzicht hebben in hun leerproces en met leerkracht en ouders kunnen reflecteren. Ze krijgen niet alleen inzicht in het hoofd, maar ook in hun hart en handen. Ze krijgen de gelegenheid om uit te leggen wat Montessori-leren is en krijgen verantwoordelijkheid. Ze leren het te presenteren aan hun ouders en bijvoorbeeld ook aan opa en oma of aan anderen. Voor de leerkracht/ondersteuner is het portfolio een middel om betere afstemming te krijgen met het kind en het aanbod af te stemmen. Voor de ouders/verzorgers ontstaat grote betrokkenheid bij de kwaliteiten van hun kind en kunnen ze trots zijn op de ontwikkeling en groei van hun zoon of dochter. Tevens biedt het ouders de kans om mee te doen vanuit huis en op school. Ouders zien wat de Montessorischool is.

De kinderen schrijven op de tabbladen: dit ben ik, dit kan ik, dit vind ik en dit wil ik.

De kinderen vertellen 2x per jaar in een portfoliogesprek aan hun ouders hoe de ontwikkeling gaat.

Hoofdstuk 3                            Het ritme van de dag en in de week 

3.1 Didactisch ontwerp van de leerkracht

Alle groepen maken wekelijks een didactisch ontwerp; omschrijving per lesdag. Er wordt gehandeld vanuit doelen. Differentiatie is schoolbreed afgesproken en past bij de methodieken en methodes. Dit is de kern van onderwijskwaliteit. Hiermee beschrijft de leerkracht per week hoe zij de kinderen laten leren en op welk niveau ze instructie krijgen en hoe ze moeten werken. In het onderstaande  schema staat wat in een didactisch ontwerp te zien moet zijn.

Het didactisch ontwerp is een rooster op 2 pagina’s waarbij alle kinderen ingedeeld zijn en inzichtelijk voor alle betrokkenen.

  • Welke doelen zijn er per vak, per groep en per subgroep?
  • Welke inhoud wordt er aangeboden van de leerlijn of uit de methode?
  • Welke activiteiten zijn er georganiseerd door de leerkracht/ondersteuner/vakleerkracht?
  • Welke rollen? Wat verwacht je van alle kinderen in de klas of op het leerplein?
  • Welke materialen heb je nodig en heb je beschikbaar voor de kinderen?
  • Welke groepen en subgroepen heb je waar en hoe laat?
  • Hoe valideer je met toetsen, testen, reflectie en presentaties?

3.2 Onderwijs groep 1-2 (stichting Boor visie)

Voor kwalitatief goed kleuteronderwijs wordt er op veel scholen gewerkt vanuit de ‘Basisontwikkeling’. Op een Montessorischool verschilt dit niet met hoe het in veel kleutergroepen gaat. Het onderwijsaanbod is gericht op een brede ontwikkeling van de kleuters waarbij intellectuele- en creatieve groei in evenwicht zijn met sociale en persoonlijke groei. Hierdoor wordt een kleuter uitgedaagd zich te ontwikkelen.  

De basis van het handelen van de leerkracht moet gericht zijn op het creëren van een pedagogisch klimaat waarin de sociale en emotionele veiligheid voor de kleuter gewaarborgd wordt. In de dagelijkse activiteiten loopt het ontwikkelen van waardenbesef en oordeelvermogen als een rode draad door het proces heen. De leerkracht bepaalt voorafgaand aan een nieuwe week welke activiteiten een plaats krijgen op het digikeuzebord. Daarbij wordt gezorgd voor voldoende afwisseling in activiteiten. Op het bord kunnen de leerlingen zelf uit verschillende activiteiten kiezen. Ze kiezen tijdens de speel-werkles een activiteit waarbij ze kunnen aanklikken. Op individueel niveau wordt met de kinderen afgesproken dat ze een moeilijker taak mee mogen doen, of de werkvormen worden gedifferentieerd aangeboden in kleine of grote kring. Binnen basisontwikkeling wordt spel in een uitdagende leeromgeving gestimuleerd waardoor kinderen in aanraking komen met cognitieve en creatieve activiteiten. Er wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van ‘echte’ materialen. Tijdens de speel- en werkles heeft de leerkracht de tijd om met een klein groepje gericht te werken, leerlingen individueel te begeleiden (mee spelen) of om een observatie te doen. Door gebruik van de keycoards (foto) wordt voor leerlingen inzichtelijk gemaakt wanneer de leerkracht wel of niet voor hen beschikbaar is.

3.3 Onderwijs middenbouwgroep 3-4-5

In groep 3 gaan we door waar we eind groep 2 zijn geëindigd. De groepen 3 in de 3 bouwgroepen middenbouw krijgen lezen en spelling met Actief leren lezen. Na afronding van de klankzuivere periode (in januari/februari), start groep 3 met een weektaak waarop rekenen, schrijven en taal terug te vinden zijn. In groep 4 en 5 krijgen de kinderen instructies voor de basisvakken en zelfstandig verwerken en leren in de klas en op het leerplein. De kinderen leren steeds meer hoe ze kunnen aftekenen op de leerlijnen. Vanuit de software van de taal- en rekenmethode zijn er ik-doelen te formuleren. Verder hebben leerlingen eigen persoonlijke leerdoelen op het gebied van gedrag en werkhouding en is inzichtelijk via Hart en handen in het talentenportfolio van IEP. Kosmische thema’s zijn bedoeld als oriëntatie in de kosmische wereld.

3.4 Onderwijs bovenbouwgroep 6-7-8

In groep 6 komen de kinderen in de bovenbouw. Het kosmische onderwijs krijgt een prominente plaats in het curriculum en in het didactisch ontwerp. Het toepassen van basisvaardigheden in verhalen en presentaties is een aanvullend doel in de bovenbouw. Vanaf groep 6 wordt er doelgericht gewerkt naar een passend uitstroomprofiel V.O. De sociale vaardigheden die nodig zijn voor de overgang naar het V.O. worden aangeleerd, besproken en geoefend. Burgerschapsvorming is een basisvaardigheid die men in de bovenbouw onder de knie moet krijgen en wat gemeten wordt. In alle groepen zijn de zelfde rondes die de leerkracht of ondersteuner maakt.

Elke leerkracht gebruikt het 4D-model van stichting BOOR.

3.5 Instructiemodellen toepassen

– Spelling, taal, rekenen/wiskunde volgens EDI-model.  Op de Clipper is dat anders dan in een (frontaal) klassikale setting. De instructie verloopt volgens onderstaand model, maar moet kort en krachtig zijn. Op een Montessorischool moet er vooral veel ruimte zijn voor zelfstandig werken en leren; bij voorkeur in duo’s of in een klein groepje.
– Woordenschatonderwijs doen we volgens de methodiek van Verhallen en we gebruiken thema’s uit het kosmische gedachtengoed van Montessori. Ook dit moet kort en krachtig en met ruimte tijdens zelfstandig werken om te consolideren en zelfcontrole met een test (bewijsstuk in het talentenportfolio).

– Kosmisch onderwijs in het wereldlokaal, in de klas, op het leerplein of in het vaklokaal beeldende vorming ofwel buiten ofwel in het theaterlokaal. Hiervoor geldt dat kinderen gaan ontdekken en onderzoeken en valideert de leerkracht aan de hand van succescriteria. De presentaties worden toegevoegd aan het talentenportfolio als het kind dat wil.

3.6 Materialen Montessori laten gebruiken

De materialen zijn overzichtelijk opgesteld en zijn goed bereikbaar voor de kinderen. Het is afwisselend, aantrekkelijk en uitdagend en in voldoende mate aanwezig. Het niveau is passend bij het leerjaar en de kinderen weten hoe ze het moeten gebruiken.  

3.7 Klassenmanagement in het lokaal en op het leerplein

De leerkracht of ondersteuner zorgt voor:

  • onderwijssituaties waarin zelfstandig werken van kinderen het uitgangspunt is;
  • het klaslokaal en leerpleinen leerrijk is ingericht;
  • het didactisch ontwerp waardoor kinderen doelgericht zelfstandig leren is ingevuld;
  • gesprekken waarin het zelfstandig werken verhelderd en geëvalueerd wordt;
  • duidelijke en gedifferentieerde taakinstructie;
  • visualiseren van de routines van het zelfstandig werken;  
  • symbolen voor dagritme, keuzebord en uitgestelde aandacht-keycoards;
  • voldoende ruimte voor eigen initiatieven van het kind;
  • voldoende ruimte voor het kind om zelf oplossend bezig te zijn;
  • positieve correcties en stimuleren van positief gedrag bij de kinderen onderling.

Wij verwachten van de kinderen:

  • het kennen van de afspraken in de bouwgroepen en van de school;
  • elkaar helpen zonder voor te zeggen;
  • weten waar de materialen te vinden zijn;
  • zelfstandig problemen oplossen;
  • hun werk plannen;
  • netjes met het materiaal omgaan;
  • in staat te werken volgens het principe van de uitgestelde aandacht;

3.8 Zelf laten controleren en nakijken

De kinderen kijken in principe alles zelf na.; de leerkracht en ondersteuner controleert of ze dit correct doen en registreert met de kinderen. De leerkracht of ondersteuner kijkt de toetsen in principe wel zelf na, maar ook dat kan door de kinderen zelf of toetsen van elkaar nakijken. Het gaat niet om goed of fout, maar om het leren van fouten.

3.9 Vraag een test als je het kan (bewijsstuk voor het talentenportfolio)

Als kinderen in de bovenbouw voldoende hebben kunnen oefenen en adequate instructies hebben gekregen, maken ze een bewijsstuk (test). Zij vragen dit of het kan worden gepland door de leerkracht. De bewijsstukken kunnen in het talentenportfolio, maar hoeven niet allemaal in het portfolio. Dit kan ook in overleg met het kind. Toetsen zijn bedoeld om kinderen te stimuleren om te ontwikkelen en te groeien en inzicht te geven over wat ze al kunnen en wat ze nog niet kunnen.

3.10 Registreren op de individuele leerlijnen

Voor de basisvakken Technisch Lezen, Spelling, Begrijpend Lezen en Rekenen/wiskunde wordt met oranje, groen of blauw gekleurd op de leerlijn door het kind. Elk kind heeft één aftekenboekje. Voor sommige kinderen zal dit samen met de leerkracht moeten gebeuren. Dit kan ook leerjaaroverstijgend zijn en is niet gebonden aan tijd of leerjaar. De toetsen worden ingevoerd in Parnassys en zijn zichtbaar voor ouders via het ouderportaal evenals de DMT en IEP-toetsuitslagen via het ouderportaal zichtbaar zijn.